24 aug, 19:23
Alleen als ik naar de gynaecoloog ga – daar deed je dat toen eerder dan naar een huisarts in zo’n geval -dan concludeert zij, na een echo, dat ik niet zwanger ben maar een cyste heb op mijn eierstok.
Lichtelijk tot heftig shocking dit kleine onderscheid aan wat er in mij groeit, maar het kan klaarblijkelijk geen kwaad, dus we gaan naar huis en mijn man op zakenreis.
Ik verhoud me vrij rustig met mijn gemengde emoties rondom nog niet zwanger zijn en groeisels op plekken waar ze niet horen. Tijd genoeg nog voor het een, en het ander gaat hopenlijk vanzelf weer weg.
Mijn lijf, emoties en dromen roepen toch steeds dat ik zwanger ben, dus ik hou mezelf redelijk nauwlettend in de gaten. Als ik op een gegeven moment heftige bloedingen krijg, besluit ik dat ik een spontane miskraam heb, toch zwanger ben/was en nu zorgvuldig ‘schoon’ ga bloeden.
Ik ben alleen thuis in een nog vreemd land, heb nog geen zeer goeie vrienden en ben niet zo close met mijn schoonouders dat ik dit met ze wil delen. Ook zie ik geen reden om naar de dokter te gaan.
Het bloeden neemt vrij ernstige vormen aan, ik begin me slapjes te voelen, alleen ben ik een soort van eigenwijs en zelfredzaam en ik glijdt rustigjes in buitenbewuste staat.
Nog net kan ik waarnemen dat mijn man thuiskomt en ik lig inene als Jane over zijn schouder, terwijl ik de betonnen voorplaats onder mij vandaan zie glijden. Vanaf dan is mijn herinnering vrij fragmentarisch, ik zie mezelf vooroverhangend in een rolstoel door een ziekenhuis gereden worden, hoor een stem concluderen dat mijn linker eierstok gescheurd is door een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en dat ik al wel heel erg veel bloed verloren; op het punt van shock en doodbloeden sta. Vervolgens hoor ik mezelf in een ambulance klappertanden en mompelen: “Ik heb het zo koud, ik heb het zo koud”. Het eerste kleine ziekenhuisje had geen OK.
Een volgend moment lig ik op wat ik ervaar als een warme stalen tafel, zo koud heb ik het, met een chirurg over mij heen gebogen. Hij vertelt me in goed engels dat hij gaat opereren en als ik vraag of het ernstig is, beaamt hij dat. M is door de stad aan het crossen op zoek naar zakken bloed met de juiste bloedgroep bij de diverse apotheken. Hij heeft dezelfde als ik maar ik verneem later dat hij geen bloed mocht geven hoe hij ook aandrong. Of daar nou teveel stresshormoon inzat of ze bezorgd waren over zijn toestand ná bloedafname, was geloof ik allebei het geval.
Anyway, ik trek de chirurg die even later mijn leven gaat redden aan zijn revers naar mijn gezicht, en ben zelfs in mijn precomateuze toestand zo sterk dat ook mijn eigen hoofd zich wat van de ‘slab’ opricht om hem de meest belangrijke vraag te stellen die er op dat moment bestaat, ik ga tenslotte misschien dood. “Als ik het niet overleef, wil je mijn man dan zeggen dat ik van hem hou?”.
Het dringt niet gelijk tot hem door wat ik zeg, of hij verstaat me eenvoudig weg niet, dus ik vraag het nog een keer of 5, snel achter elkaar en op in mijn beleving zeer indringende toon. Later hoor ik dat ik het gefluisterd heb en toen hij mij uiteindelijk begreep, knikte hij me liefdevol toe en zei: “Zeker, maar nu moeten we snel gaan!”
Ik word wakker in een uitslaapkamer naast een vrouw die net een mooi baby’tje gebaard heeft, de kersverse vader naast haar blijkt naast haar zaad- míjn bloeddonor te zijn. Naar blijkt kon M nog net 2 eenheden in de stad vinden, bij lange na niet genoeg, dus deze man staat mede aan de wieg van mijn nieuwe één-eierstokkige leven. Geweldig!
Minder geweldig is, wat het gehuil van de baby en het geschreeuw en gehuil van andere vrouwen verderop in de gang met mij doen. Het is alsof ik emotioneel en fysiek in allemaal kleine stukjes gescheurd wordt. Zowel het doordringend besef van wel zwanger te zijn geweest en nu niet meer – hoezo cyste GVD? wat een K- gynaecologe dat ze dat verschil niet heeft gezien op de echo – alsmede de pijn en ellende van andere vrouwen, zijn hartverscheurend voelbaar.
Gelukkig zijn er ook luchtpuntjes:
- De verhouding met mijn schoonmoeder verdiept en verbeterd zich in de drie dagen tijd dat zij aan mijn zij zit en ligt. Er waren geen verpleegsters in die tijd die eten kwamen brengen of po’s, alleen wel voor medicijnen. Dus lieve Saadet hanim wijkt niet van mijn zij, voert mij en slaapt met mijn hoofd op mijn bed terwijl mijn man maar af en toe naar binnen mag en voor de rest van de tijd werkt.
- Verder komt de chirurg kijken hoe het met me is en verteld glunderend dat ik bijna geen lidteken zal overhouden omdat hij mij met nieuw materiaal heeft gehecht en mijn buik op een nieuwe manier heeft opengemaakt, omdat ik buitenlandse ben. Dit was tot nu toe alleen voorbehouden aan toeristen die het per ongeluk waagden in nood in dit ziekenhuis terecht te komen, omdat hij de enige is die deze techniek nog toe kan passen en het materiaal nog niet standaard voorradig is.
Ik ben zeer blij dat hij me niet als een ‘local’ behandeld heeft en voel mee met de andere – turkse- vrouwen op zaal en verderop in de gang; die in mijn verbeelding met de meest lelijke lidtekens van keizersnedes en ander esthetisch ongenoegen opgescheept zullen blijven.
- De derde dag is er ook nog een doorbraak in mijn Turks, na er een jaar de taal meestal zwijgzaam en verbijsterd over zijn gecompliceerdheid geabsorbeerd te hebben. Ik begin in deze omgeving waar bijna niemand engels spreekt, eerst noodgedwongen mijn mond open te doen terwijl er dan al heel snel zinnen uitkomen in plaats van de meest noodzakelijke losse woorden of kreten. Iedereen blijkt me te verstaan en ik wordt euforisch.
De hele ervaring was erg ingrijpend en staat me nog helder voor de geest, maar wat me het meest is bijgebleven is de uitzonderlijke aandrang om die boodschap: “Ik hou van hem” over te krijgen, de rest deed er werkelijk niet toe.
Fijn om te weten 