29 aug, 10:38
Nog meer herinneringen aan gene zijde in deze bijzonder augustusmaand.
Utrecht 1984
H. de zus van F, is net terug uit Italië en heeft haar ex Rem nog gezien.Deze keer geen vrolijke vakantieverhalen. Ze was onder de indruk van hoe slecht het met hem leek te gaan, ongelukkig en uitgeblust, alle veerkracht weg: “Hij lijkt wel 10 jaar ouder”, zegt ze, “en hij drinkt vaak en veel. ”
Rem’s vader heeft onlangs MS gekregen en zit al nu in een rolstoel. Als oudste van het gezin heeft hij zijn studie eraan en zijn geplande toekomst ópgegeven om voor het gezin te gaan zorgen waarvan de vader nu door zijn ziekte als kostwinner weggevallen is. Net als zoveel jongeren overal ter wereld die daar de kans voor hebben en die door de weeks hard en monotoon werk doen, gaat hij in ‘t weekend stevig stappen en drinken.
H. verteld ons later dat ze toen ze hem voor het laatst zag, wegrijdend na een gesprek in de kroeg, bezorgd was over zijn drankgebruik en rijstijl, roekeloos haast. Ze heeft nu een innige relatie met M. een vroegere vriend (tegenwoordig kennis) van Rem en ze lijkt zich verscheurd te voelen tussen blijdschap over haar nieuwe vlam en medeleven en medelijden met haar oude liefde en zijn familie die ze ook zo goed kent, en die haar na aan het hart ligt.
Een dag later komt ze haar broer en mij vertellen dat Rem zichzelf doodgereden heeft. Met zijn broer en nog twee vrienden in zijn auto, waren ze met een stel anderen ‘s nachts na het stappen door de bergen naar huis toegeraced om onderweg om het hardst rotondes te nemen. Rem was uit de bocht op een andere auto geknald of tegen de vangrail; was uitgestapt; had gevraagd hoe het met iedereen was en nog even gechecked of de radio het nog deed; toen was hij inelkaar gezakt; dood.
Wij ontzet, H verslagen, zijn broer, familie en vrienden wanhopig .
Twee weken later zijn Rem’s broer Rome en zijn twee vrienden, allen medepassagiers bij het ongeluk, in een nieuwe auto onderweg naar nederland; wegvluchtend naar het mekka van softdrugs en hopend daarmee vergetelheid te vinden voor de nachtmerrie waar ze zich sinds 14 dagen in bevinden.
Ik lig in mijn bed op mijn eigen slaapkamer, F op het zijne, ons samenwonen bevalt het best als we we alleen bijelkaar slapen wanneer we écht bijelkaar willen zijn, en vannacht is dat niet het geval. Ik wordt wakker door een stem, het lijkt verdomme die van Rem wel. Boos check ik of ik nog slaap en droom of dat iemand mij – geheel ongepast – in de zijk neemt.
Op dat moment ben ik 27, heb sinds mijn 6e redelijk wat ervaring met helderziende en bewuste dromen maar met zoiets als dit – een overledene die tot mij spreekt – nog niet en ik vertrouw het ook niet als de stem me vraagt toch ajb op te letten omdat hij een boodschap heeft voor de 4 jonge mannen die onderweg zijn. En voor H. naar later blijkt trouwens ook. Op mij komt t allemaal niet zo geloofwaardig over en ik beloof het meer om eraf te zijn dan dat ik er het belang van inzie, al is er een langzaam groeiend besef van dat dit geen droom is én iets heel authentieks en er dus misschien wel iets bijzonders aan de hand is.
De volgende dag zullen ze komen eten en tot op het laatst twijfel ik of ik erover zal beginnen.
Het is een terneergeslagen zooitje ongeregeld wat binnenkomt en zich lijkt te warmen aan de wijn, de sfeer en ons gezelschap met neuzen richting stad om c en ander spul te scoren later op de avond. Toch blijven ze plakken en bij de koffie breng ik mijn ervaring aarzelend ter sprake en als ze heel happig zijn om meer te horen, vertel ik ze ieder de drie vier zinnen die aan hen persoonlijk gericht zijn. Stuk voor stuk zijn ze ervan ondersteboven, ontroerd, geraakt en opgelucht. Het lijkt ze allemaal iets te brengen van verlossing. Voor mij en F is het bizar om de impact te zien en hoe iedereen ervan opknapt:
Het blijkt dat Rem’s broer veel wroeging heeft omdat hij zijn broer verwenst had dat hij nu voor de familie moest zorgen, en voor een van zijn twee vrienden was dit ongeluk al een derde met dodelijke afloop in een jaar geweest waardoor hij ervan overtuigd was geraakt dat hij ’bad karma’, had en het over ieder van die mensen afgeroepen had dat ze nu dood waren en Rem’s dood dus ook zijn schuld was.Hij was om die reden ook met veel moeite de auto naar Nederland ingestapt. Grote kans – gezien zijn karma – dat een van zijn mede-passagiers het door zijn aanwezigheid niet zou overleven.
De aan hem gerichte boodschap en trouwens gedeeltelijk de overall inhoud, was dat Rem behoorlijk bewust met zijn leven gespeeld had; het niemand anders schuld was dan hemzelf én hij het derhalve logisch vond dat zijn broer hem verwenste. Hij had nog toegevoegd dat iedereen lekker door moest gaan met ademhalen en leven en alles voor iedereen beter zou gaan binnen korte tijd maar vooral dat hij vrede had gevonden in de dood.
Toen vertelde H. – Rem wenste haar geluk toe met M en vertelde dat ze er goed aan gedaan had het met hemzelf uit te maken – dat hun laatste gesprek in de kroeg haar het gevoel had gegeven of Rem afscheid aan het nemen was. Hij vroeg vergeving voor allerlei van zijn gedrag tijdens hun relatie. Ze had er een unheimisch gevoel bij had gehad en hem ook gevraagd had of hij soms van plan was weg te gaan.
Al met al een bijzondere ervaring, toen nog uniek in mijn soort, die uiteindelijk in al zijn eenvoud heling bracht voor alle betrokkenen. Ik voelde me uiteindelijk vooral vereerd en dankbaar dat ik zo een katalisator en boodschapper had mogen zijn van details waar ik voordien geen weet van had en die er blijkbaar zo toe deden. Innerlijk stelde ik me beschikbaar voor vaker en meer als dat nodig en handig zou blijken.
Aldus geschiedde 